Brief 27

Jo Nick,


Fijn dat je me in jouw brief even herinnert aan mijn reisavontuur deze zomer. Trok ik in het verleden met bagpack, blote voeten en een iets te romantisch wereldbeeld naar toverachtige bestemmingen als Bommayapalayam, Mokokchung en Mar Fafako om vervolgens als slechte Jezus-look-a-like terug te keren, zo belandde ik dit jaar met de Nissan Qashqai en een luiertas voor een dag in Toverland te Sevenum. Op zich helemaal geen probleem mee, het vaderschap kent z’n verrassingen, maar ik voelde me toch lichtelijk uitgedaagd toen ik de pay-off van dit jolige pretpark, tussendoor de sprookjesachtige muziek uit de net niet goed verstopte speakertjes langs de met veel pijlen en bordjes aangegeven wandelroute, hoorde galmen: ‘Discover your own magic!’.


Kijk. Dan heb je me. Dit zet me aan het denken. Of maakt me agressief. Wat doet het eigenlijk? Ik ben in ieder geval direct in mijn eigen magische hersenverbindingen vertrokken. Dus terwijl ik het zwabberwieltje van de Nuna Pepp Next Buggy Oxford een corrigerend tikje geef om samen met mijn zoon op het rechte pad te blijven, zet ik de opties op een rij.

Of Jean Gelissen (de geestelijk vader van het familiepark) is gewoon een luie kerel en laat het succes van zijn idee vooral afhangen van het magische inlevingsvermogen van zijn vaak Duitse gasten. Een soort van doe-jetz-lekker-selbst-für-die-magie-sorgen-concept.

Of Jean Gelissen (tevens eigenaar van Gelissen Plafonds) is stiekem gewoon een geile beer en had bij zijn eerste eureka-moment een heel ander soort ‘pret’-park in gedachten. Weliswaar ook iets met tot grote hoogtes stijgen, tovergrotten, spectaculaire shows en je eigen magie ontdekken, maar toch meer geschikt voor een net ander type publiek.

Of Jean Gelissen (met als koosnaampje ‘De Pretparkmiljonair’) heeft zijn roeping als denker des vaderland gemist en heeft als hoger levensdoel vooral om zijn gasten hun hedonistische, dan wel epicuristische, zelfkant te laten exploreren. Jean kennende, zeer waarschijnlijk.

Goed, je snapt dat tegen de tijd dat ik deze drie uiteenzettingen wel geformuleerd de krochten van mijn brein heb laten passeren, we ondertussen zijn aanbeland in het deel van het pretpark wat zich ‘Land van Toos’ laat noemen. Een indoor speelparadijs waar je kunt wegdromen. Of waar je jezelf liever wegdroomt. Hoe dan ook, mijn zoontje heeft het naar zijn zin in de peuterachtbaan en kan ook de naam van het opblaasbare klimpark wel waarderen. Sim sa la Klim. Jaja. Zelf ben ik vooral fan van de vier attracties die vanwege onderhoud helaas even buiten gebruik zijn, maar verlaat het zelfbenoemde paradijs toch enigszins gefrustreerd. ‘Who the fuck is Toos?’

Na nog een ritje in de Maximus Blitz Bahn (waarvan de magie hem vooral in de magisch lange wachtrij zit), een softijsje zonder discodip, de 20 minuten durende waterorgel show en het op de foto gaan met een waarschijnlijk bovenmatig transpirerende tiener in een pluche varkenspak, begin ik de Duitse huisvaders uit het dichtbij gelegen dorpje Kaldenkirchen die in het pretpark steevast worden vergezeld door een halve liter blik Oettinger, te benijden. Ook vrouwlief lijkt wat minder onder de indruk te zijn van het utopia van Zuid-Limburg en kijkt vooral uit naar het allerlaatste ritje. De rit naar de heerlijke Franse gasterie De Lieve Hemel. Tres magique. Zoonlief trekt zijn eigen conclusie en weet; je eigen magie ontdek je het beste aan de binnenkant van de ogen.

Nu ik mijn ontboezemingen over mijn vakantiebestemming met je heb gedeeld, Nick, is de beurt aan jou. Ik heb me laten vertellen dat je de avonturier uit hebt lopen hangen als kersvers camperman? Het beeld van een Nick Keijzer in het magische Omroep Max programma ‘We zijn er bijna’ krijg ik niet van mijn netvlies.

Een oprecht goedbedoelde groet,

Tim

column delft
Copyright Uitgesproken Gasten 2021 Alle rechten voorbehouden