Brief 26

Ha Tim,


ik zet even de Olympische spelen livestream op ‘mute’ en focus me op een brief aan jou, die ik in recordtijd probeer te typen. Start de tijd. Je vraagt me naar de kansen van Sifan Hassan op de 1500 meter. Na haar eclatante overwinning op de 5km en de halve finale voor die 1500, heb ik veel vertrouwen in een groeiende medaillespiegel. Sifan Hassan: ze valt, staat op, worstelt en komt boven. Ze trekt, sleurt en duwt haar 49 kilo over de finish en dat terwijl ze ook nog meedoet aan twee andere afstanden in Tokio. Tijdens de uitzending, die ik met licht verhoogde hartslag gadesla, zie ik allemaal oude banners hangen waarop het jaartal 2020 te lezen staat. En wat al dat verouderde Japanse drukwerk onderstreept, is dat het tijd is om geschiedenis te maken, te aanschouwen en te schrijven.


Medailles. Het plakkaat goud, zilver of brons. Daar gaat het om. Al zijn er mensen die beweren dat het ook gaat om de Olympische gedachte: meedoen is belangrijker dan winnen. Dit is natuurlijk een poedelprijs, voor wanneer je uit het vliegtuig stapt, voet op Nederlandse bodem zet en je realiseert dat je 4 jaar lang voor saus hebt getraind. ‘Winnen is belangrijker dan meedoen’, dat moet het Nederlandse idee bij de Olympische Spelen zijn. Anders kom je niet op Shownieuws terwijl je de aankomsthal in wandelt, alwaar je familie met een te dure heliumballon op je staat te wachten. Anders wordt er maximaal één zinnetje aan je (wan)prestatie gewijd in het AD en wordt er gesproken in termen als: jammerlijk, zonde en teleurstelling. Anders verdwijn je in de krochten van de Nederlandse sportgeschiedenis. Anders is al jouw moeite voor ons niks. Anders niks. 

Als doekje voor het bloeden ga ik vandaag zelf maar wat medailles uitreiken. Juist voor diegene die deze spelen niks tot zeer weinig hebben gepresteerd. Ze worden weliswaar niet vermeld in de medaillespiegel op het RTL Nieuws, maar er is nog (Jan de) hoop. Het brons is wat mij betreft voor Epke Zonderland. Hij heeft jarenlang de ene na de andere medaille binnen geslingerd, maar dokter Epke trekt voortaan een witte jas aan, propt een stethoscoop in z’n oren en zegt tegen het gros van zijn clientèle: “Drie weken rust en tweemaal daags smeren.” En dan afbuigen. Zonder driedubbel vluchtelement. Zonder legendarische afsprong. Maar met een extra medaille van Nick Keijzer. Ik hoop dat hij een mooi plekje zal krijgen, Epke. Tweemaal daags aanschouwen dat ding. 

Het zilver gaat uit naar Zoë Sedney. Wat lijkt op: “Zo he, net niet.” Ze heeft zich niet kunnen plaatsen voor de volgende ronde van de 100 meter horden. Zonde. Jammer. Helaas. De geboren Zoetermeerse heeft het niet kunnen bolwerken in al het sprintgeweld. Maar veel belangrijker nog: de in 2001 geboren atleet maakt haar debuut en dat is natuurlijk fantastisch voor haar. In een interview eerder dit jaar gaf ze gemotiveerd aan: “Ik ga er niet met specifieke verwachtingen heen.” Goh, dat heb ik nou ook als ik naar Zoetermeer ga.

En het goud? Het goud reik ik uit aan de grote Henk Grol. De bonkige judoka uit Veendam wordt deze spelen meteen hard tegen de mat geworpen en komt de klap niet meer te boven. Zijn tegenstander, een krachtig baasje uit Oezbekistan, maakt dat ons Henk naar eigen zeggen: uitkijkt naar een leven zonder judo. Ik zie het al voor me. Henk Grol als Scrum-trainer die in hippe bewoording uitlegt dat er geen I in TEAMS zit. Of Henk – die betekenisvol en bevlogen naar een beschreven whiteboard wijst – vertelt dat teams die Agile werken hun result improven met een iteratieve aanpak. Of dat hij overtuigend zegt tegen een manager van een willekeurig MKB-bedrijf: “Scrum gaat uit van dynamiek, korte lijnen, scherpe prioritering en iteratief samen met de (interne) klant ontwikkelen.” En dat alles in Veendams-Engels. Nogmaals, mijn goud gaat naar Henk. Game over. Ippon. 

Over game over gesproken. Tim, jij was laatst in Toverland, begreep ik. En zoals ook Henk Grol waarschijnlijk zal zien, er zit ook geen I in TOVERLAND. Maar neem ons mee (niet letterlijk graag) en vertel: Toverland…

Stop de tijd, een olympisch record: 34 minuten en 23 seconden. 

Groet,

Nick

Communicatiestudio Delft
Copyright Uitgesproken Gasten 2021 Alle rechten voorbehouden